#8 Meerdaalwoud en Heverleebos

arenberg-festival-leuven-wandeling-meerdaalwoud-omgeving-de-kluis

De groene long rond Leuven hebben we te danken aan het uitstekende bosbeheer van de familie Arenberg. Maar hoe kwamen Heverleebos en Meerdaalwoud in handen van de Arenbergs en waarom hielden ze er zo van?

Meerdaalwoud en Heverleebos kwamen in het bezit van de Arenbergs als een onderdeel van het hertogdom Aarschot. Toen Karel van Croÿ kinderloos overleed, ging het vrijwoud naar zijn zus Anna van Croÿ die met Karel van Arenberg trouwde. Karel van Arenberg hield enorm veel van planten, vooral van bolgewassen en anemonen. Karel moet dan ook erg blij zijn geweest met zijn nieuwe domein waar bosanemonen groeiden. Hij was de belangrijkste diplomatieke vertegenwoordiger van aartshertogen Albrecht en Isabella, waarmee hij een bijzondere aandacht voor het bosbeheer en de houtopbrengst deelde. Eén van de eerste wapenfeiten van Arenberg was de uitvaardiging van een bosreglement voor de bosofficieren in 1615, dat moest leiden tot enen bos met meer opgaande bomen. Enkele andere nieuwe regels waren de betere afbakening van de houwgrenzen en het verbod op het snijden van kruiden met een sikkel.


Het domein bleef door erfenis van vader op zoon in het bezit van de familie Arenberg en werd uitstekend onderhouden. Rond 1730 was er in de bossen van Arenberg bijvoorbeeld al sprake van boomkwekerijen met aan de standplaats aangepaste boomsoorten. Uiteindelijk werd het woud eigendom van de blinde hertog Lodewijk Engelbert van Arenberg, die gek was op everzwijnen. Toch waren die dieren meermaals het onderwerp van conflicten over schade aan de akkers van boeren. Er werden dan ook meermaals processen over everzwijnen gevoerd tussen de hertog en de dorpelingen in de 18de eeuw. Uiteindelijk verbood een keizerlijke ordonnantie uit 1781 loslopende everzwijnen in heel de Oostenrijkse Nederlanden en dus ook in het Meerdaalwoud en het Heverleebos. De hertog dreef zijn everzwijnen toen maar binnen de vier kilometer lange muren van het nabije karmelietenlooster van Savenel.

Toch respecteerde de hertog het bos en wilde hij graag de vroegere luister van het woud en de warande herstellen. Zijn zoon Prosper Lodewijk van Arenberg had dezelfde droom en kocht een groot aantal hectare aan staatsbossen die tijdens het Nederlands Bewind (1815-1830) werden verkocht. Op deze manier ontsnapten deze bossen aan hun lot om te worden omgezet naar grond waar suikerbieten werden gekweekt. Eén van de belangrijkste redenen waarom de Arenbergs zulke succesvolle bosbeheerders waren, was dat hun focus lag op de houtopbrengst in plaats van op de jacht. Ze namen hun wouden serieus en namen dan ook steeds de bekwaamste mensen in dienst om hun bossen te beheren.